WinWin laat zien: tien jaar bewijs voor discriminatie op de huurmarkt, nul handhaving

Deze week toonde een reportage van consumentenprogramma WinWin aan dat discriminatie op de huurmarkt een gigantisch probleem is. Een belangrijke vaststelling, maar… dit was al lang bekend. Al ruim 10 jaar lang toont onderzoek na onderzoek huurdersdiscriminatie aan. Wetenschappelijk onderbouwde oplossingen liggen nochtans klaar: praktijktesten gekoppeld aan effectieve straffen voor overtreders. Het enige dat ontbreekt is politieke wil.

In de eerste aflevering van het derde seizoen van WinWin toont de VRT opnieuw wat middenveldorganisaties, onderzoekers en huurders al meer dan tien jaar zeggen: discriminatie op de huurmarkt is geen randfenomeen, maar een structureel probleem. In een oververhitte huurmarkt, waar steeds meer mensen vechten voor steeds minder betaalbare woningen, worden kandidaat-huurders systematisch uitgesloten op basis van migratieachtergrond, handicap, gezinssituatie, inkomen of leeftijd. Dat gebeurt vaak al in de eerste fase van het huurproces, bij de aanvraag voor een plaatsbezoek. 

Wat het programma blootlegt, is niet nieuw. Wel confronteert het ons opnieuw met een pijnlijk feit: ondanks jaren van alarmsignalen blijft het Vlaamse woonbeleid weigeren om discriminatie daadwerkelijk te handhaven. Het resultaat is een woonbeleid dat structureel faalt om het recht op wonen voor iedereen te garanderen.

Ruim tien jaar bewijs voor discriminatie
De bevindingen sluiten aan bij een lange en pijnlijke reeks van onderzoeken, mediaprogramma’s en rapporten die telkens hetzelfde aantonen. Al in 2012 toonde het VRT-programma Koppen aan hoe diep discriminatie in de huurmarkt ingebakken zit: 63% van de bevraagde vastgoedmakelaars ging zonder aarzelen in op de vraag van eigenaars om te discrimineren. Drie jaar later in 2015 bevestigde een onderzoek van het toenmalige Minderhedenforum (nu LEVL)  dit patroon: drie op de vier makelaars waren bereid om kandidaat-huurders te weigeren op basis van afkomst.

In 2017 volgde een onderzoek van het Steunpunt Wonen, dat aantoonde waar middenveldorganisaties al lang voor waarschuwden: vrijwillige afspraken, gedragscodes en sensibilisering hebben nauwelijks effect wanneer ze niet gepaard gaan met controle en sancties. Uit dat onderzoek bleek ook dat de sector niet in staat is zichzelf te reguleren. 

Latere journalistieke onderzoeken, zoals dat van Terzake in 2020, bleven eveneens structurele uitsluiting blootleggen. In 2023 bevestigde een rapport van professor Pieter-Paul Verhaeghe (VUB) in samenwerking met LEVL wat al jaren bekend was: zonder afdwingbare maatregelen en sancties verandert er weinig aan de discriminatie op de huurmarkt. Het memorandum van het Vlaams Huurdersplatform uit 2024 sloot daarbij aan, net als de praktijktesten in Antwerpen in 2025, waaruit bleek dat kandidaten zonder 'Belgische' naam of met een handicap aanzienlijk minder kans maken op een woning.

Afgelopen jaar werd het falen van het Vlaamse woonbeleid zelfs op Europees niveau bevestigd. Het Europees Comité voor Sociale Rechten trad de klacht van Woonzaak bij en velde een vernietigend oordeel over de manier waarop Vlaanderen het recht op wonen invult. Testen door Stad Gent en Amal vzw en het programma Factcheckers bevestigden niet veel later dat structurele probleem nog eens.

Telkens hetzelfde liedje
Wat deze lange reeks van programma’s en onderzoeken vooral blootlegt, is een terugkerende cyclus. Telkens signaleren organisaties, experten, slachtoffers en programmamakers hetzelfde probleem. Er ontstaat publieke verontwaardiging en een maatschappelijk debat, beleidsmakers erkennen het probleem en beloven actie. Maar wanneer beslissingen worden genomen, gebeurt dat steevast in het voordeel van wie vandaag al de meeste macht en bescherming geniet. 

De adviezen van experten en het middenveld verdwijnen naar de achtergrond en enkele jaren later blijkt dat het probleem niet is opgelost, maar is verergerd. De discriminatie is hardnekkiger, de wooncrisis dieper. Er volgt een nieuw onderzoek, een nieuw tv-programma, nieuwe getuigenissen — en dezelfde cyclus begint opnieuw. WinWin past perfect in dat patroon: niet omdat er iets mis is met het programma, maar omdat het beleid blijft weigeren om structureel in te grijpen.

Wat WinWin wél toevoegt aan deze geschiedenis, is de zorgwekkende vaststelling dat de discriminatiegronden zich verder hebben verbreed. Niet alleen mensen met een migratieachtergrond worden geweerd, maar ook alleenstaanden en mensen met een beperkt inkomen botsen steeds vaker op gesloten deuren — vaak al bij de vraag om een plaatsbezoek. Hoe minder geprivilegieerd het profiel, hoe groter de uitsluiting. In een oververhitte huurmarkt vertaalt zich dat rechtstreeks in onbetaalbaar wonen en groeiende woononzekerheid.

Gezocht: politieke moed
Dat deze situatie blijft bestaan, is geen toeval. Het Vlaamse beleid beperkt zich al jaren tot het in kaart brengen van het probleem via onderzoeken, gevolgd door niet-bindende aanbevelingen, vormingen en zelfregulering. Dergelijke maatregelen houden de bestaande machtsverhoudingen in stand omdat ze niemand verplichten om het gedrag aan te passen en laten de toepassing van de antidiscriminatiewet grotendeels achterwege. Terwijl discriminatie wettelijk verboden is, ontbreekt elke systematische handhaving.

Het getuigt dan ook van gezond verstand en moed dat Minister van Wonen Melissa Depraetere (Vooruit) pleit voor praktijktesten op de woningmarkt, ondanks het feit dat die niet ingeschreven staan in het regeerakkoord. Maar zonder steun van haar coalitiepartners zullen die er – weer – niet komen. Hoeveel huurders, alleenstaande ouders, jonge gezinnen en mensen met een laag inkomen zullen CD&V en N-VA nog in de kou laten staan? 

Nochtans worden de oplossingen al decennialang op een presenteerblaadje aangereikt. Woonzaak, het Vlaams Huurdersplatform en Platform#PraktijktestenNu pleiten al jaren voor een beleid waarin praktijktesten, uitgevoerd of gecoördineerd door de overheid in samenwerking met het middenveld, worden gekoppeld aan effectieve straffen voor overtreders. Een volwaardig handhavingsmechanisme dus — zoals dat ook bestaat voor voedselveiligheid en fraudebestrijding.

De vraag dringt zich dan ook op: waarom wordt geen van deze voorstellen ernstig genomen? Hoeveel programma’s, onderzoeken en getuigenissen zijn er nog nodig om te erkennen dat het huidige beleid faalt? En moeten we ons niet stilaan afvragen wie er baat heeft bij deze stilstand — en waarom dat belang zwaarder weegt dan het recht op wonen?

Volgende
Volgende

Platform Praktijktesten roept Unia op niet te zwichten voor politieke druk in Gent