Racisme pak je aan met plannen en middelen, niet alleen met voornemens

Wie van de waarheid houdt, is voor praktijktesten

Een overheid mag niet liegen tegen haar burgers, stelde minister van Wonen, Matthias Diependaele bij Terzake. Met dat argument worden praktijktesten in de strijd tegen discriminatie van tafel geveegd. Hij zal dat allicht vandaag herhalen in de commissie Wonen van het Vlaams Parlement waar opnieuw een resolutie geagendeerd staat pro praktijktesten.

Praktijktesten zijn echter hét instrument bij uitstek om discriminatie objectief te kunnen vaststellen. Ze zijn broodnodig omdat dat op de huidige manier niet lukt. In 2016 voerde de Vlaamse Sociale Inspectie 100 klassieke controles uit naar discriminatie in de dienstenchequesector. Die leverde geen enkele vastgestelde discriminatie op. Met een mystery caller toonde het Minderhedenforum in 2015 nochtans aan dat 2 op 3 dienstenchequebedrijven inging op de vraag om geen ‘allochtone’ poetshulp te sturen. Ook in 2018 toonde dezelfde methodiek, nu uitgevoerd in opdracht van de werkgeversorganisaties, aan dat de helft van de bedrijven ingaat op de vraag om geen ‘oudere poetshulp’ te sturen. Zonder praktijktesten krijg je de waarheid en de ware omvang van het fenomeen discriminatie niet naar boven gespit.

De essentie van een praktijktest is dat je je uitgeeft als iemand anders. Zo creëer je een realistische situatie waarin je kan vaststellen of een partij de wet al dan niet naleeft. Je uitgeven als iemand anders, is als techniek overigens al ingeburgerd bij verschillende overheden. En verankerd in tal van wetgeving.

De federale FSMA (de Autoriteit voor Financiële Diensten en Markten) doet het om te controleren of banken klanten wel correct informeren over de risico’s van bepaalde beleggingsproducten. De economische inspectie doet aan mystery shopping als controle op oneerlijke marktpraktijken in handelszaken. De Nationale Loterij doet het om na te gaan of er geen gokproducten worden verkocht aan minderjarigen. De politie doet het om te infiltreren bij zware misdaad. De Brusselse Gewestelijke Werkgelegenheidsinspectie doet het om te controleren op discriminatie bij aanwerving en in de arbeidsbemiddeling. De Brusselse Inspectie Wonen doet het bij makelaars en eigenaars.

En straffer nog: in januari 2019 keurde de N-VA – binnen de Zweedse coalitie – ook goed dat de federale Arbeidsinspectie praktijktesten kan inzetten. Maar klaarblijkelijk is het geheugen kort. Dat de N-VA tegen praktijktesten zou zijn, is dus nieuw. Of op zijn minst een nieuwe bocht. In 2017 was het minister Muyters die trots meldde dat hij als eerste praktijktesten decretaal verankerde in de dienstenchequesector.

De overheid gebruikt de techniek met andere woorden aan de lopende band. Bij wet, mét het fiat van de Raad van State en VN-instanties als de Internationale Arbeidsorganisatie (ILO). Omdat de overheid soms gewoon geen andere manier heeft om te controleren of haar wetten worden nageleefd. Maar wanneer het gaat over discriminatie en racisme, dan is de techniek plots verdacht.

Bij Terzake stelt minister Diependaele dan ook met veel aplomb dat praktijktesten elke Vlaming op voorhand beschuldigen van discriminatie en racisme. Neen, niet alle Vlamingen zijn racisten, discrimineren holebi’s of personen met handicap. Maar er zijn er wel. En we moeten kunnen vertrouwen op onze overheid om die aan te pakken.

Een overheid die al meer dan 10 jaar weigert om haar eigen democratisch gestemde discriminatiewetten effectief te handhaven, die ondermijnt inderdaad het vertrouwen van haar burgers. Wie tegen praktijktesten is, wekt vooral de indruk niet de slachtoffers maar wel de daders in bescherming te nemen. Wil de N-VA af van het stigma dat alle Vlamingen racisten zijn, dan moet ze de praktijktesten net omarmen en inzetten om discriminatie op te sporen en te sanctioneren. Alleen zo kan Vlaanderen vooruitgaan. En kan de overheid het vertrouwen winnen van al haar burgers.

**

Deze opinie werd op 16/06/20 gepubliceerd op de website van MO*

Volg ons op

Facebook iconTwitter icon